Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Run (cikcbast) v. waarhi 7 mv. bedoeld bnw.
Rund,o;crsc7icrcn.—vec, mrdl, o f vóór een vocaal llnslen (slil zijn) o. w.
—vleesch. Inand. sani. of eene h, mv. (bereiden) b. w. §
runder. Rus, m; sen. —land, o.Ruw, bnw. —e, o. znw.
Rune (rechtlijnigelellers) —sisch, bnw.eno.znw. —harig,—lokkig,bnw.
v; n. —nschrift. —leder (—leêr). —smid, —werker.
Runisch, bnw. Rusch (6ics) m; sschcn. Ruwaard, m; s e« en.
Runsel (stremsel) o. Russchen, onv. buw. —schap, o.
Rups, v; en, In sam., Rust, v; en.—ig,—eloos,Ruzie, v.—achtig.
S (negentiende let ter) v; 's. Salade (sla) v; n.
Sa, tw. Salamander, m; s.
Saai,o; en.—en, onv.bnw. Sal-ammoniak (vluchtig
Sabbat, m; ten. —sreis, /oo<7sou/)3jesalmoniak.
—svrouw. In and. sam. Salariëeren, b. w.
enk. Sala'ris (loon) o; sen.
Sabel (zwaard) \. (dier, SaVdo (overschot) o;'s.
halsdeksel) m; s. Voor Sa'lep, v.
de stof, en in de wapen- Salet, o; ten.
kunde (zwart) o, —en. Salie, v.
b. w. Salmoniak (eigent, sal-
Sacrament, o; en. —eel, amoniak) o,
bnw. —sdag. In and. Salon' (groote zaal) o. en
sam. enk. v; s.
Sacristein, m; en. Salpeter, o. —ig, —ach-
Sacristie (sacristij) v; iën tig, bnw.
(en). Saluecren (groeten, eer
Sadduceër, m; s en een. beivijzen) b. w.
Sadduceesch, bnw. Saluut (gmet) o; uten.
Saffier (steen) m. (stof) o. Salvo, o; 's.
—en, onv. bnw. Samaar, v; aren.
Saflloer, —s, o. Samen, bijw.
Saffraan, V.—achtig (saf- In sam. met ww.
franig),—geel, bnw. scheidb.;als:—binden,
Sage (volksoverlevering) v;
n.
Sago (palmmeel) v.
Sagrijn, zie segrijn.
Saizoen, zie seizoen.
Sajet, o; ten. —ten, onv.
bnw.
Sak (vroutf etïA'/eed) ra; ken.
Sakerdaanhout, o. —en,
onv. bnw.
Sakkerloot, tw.
Saks, ra; en. (bet. dan
—er), —en (land) o.
—isch, bnw.
—drukken,—koppelen,
—rotten , —scholen,
—spannen (andc, an-
nen), —vlechten, —zet-
ten, —zweren, enz.
Vormt voorts znw.:
—hang, m. —komst,
—leving, —loop, —raap-
sel,—spanning, —stel,
—stelling (in sam. s),
—trekking (in sam.s),
—vloeiing, —weefsel,
—zweerder, enz.
Zie zamen.
Samoreus (vaartuig) m;
zen.
Sammelaar, m; s.—ster, v.
Sammelarij, v.
Sammelen, o. w.
Sanctioneeren, b. w.
Sandaal (voelbekleeding)
v; alen.
Sandelboom, m; en.
Sandelhout, o.
San'drak, o.
San'hedrin, o.
Sant (heilige) m; en, —in,
V. —en kraam (iu de
volkst. ook santenboe-
tiek).
Santorie (kruid) v.
Sap, o; pen. —peloos,
—pig, bnw. —groen.
Sapanhout, o.
Sappeur (mijngraver) m; s.
Saraceen, m; enen.—sch,
bnw.
Sarcas'lisch(s/e/ic%)hnw.
Sardijn (visch) v; en.
Sardinië, o. —r, ra.
Sardinisch, bnw.
Sardo'nyx (steen) m.
Sarge, 2ieserge.
Sarren, b. w.
Sas (sluis, reede) o; sen.
—ser(sluiswachter) ni.
Sas'sefras, o.
Sassinet'ten (houten tra^
liën) V. mv.
Satan, m; se«non.—sch,
bnw. In sam. s.
Sater, m;s. In sam. s,
7