Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Rook (/looisïfl/jfi/) v; oken. Rot, bnw. (—ter,—sl). —te, v; n. —schaaf.
Rook (damp) m.—achtig, zniw. o. —tig, bnw. Ooi: met bnw.:—han-
—erig, —drijvend. Voorts —neus, —zak, dig,—poolig, e;u.
—verlerend, bnw. enz. Ruikbaar, bnw.
Rooken, o. en b. w. § Roten, b. en o. w. Ruiken, rieken, b. en o.w.
Rookvleesch, 0. Rotgans, v; zen. (ook, oken).
Room, m. —achtig, bnw. Roton'dc {rond gebouw) Ruiker, m; s.
Rooraen, b. w. v; s. Rnil, m. —en, b. w. §
Roomsch, bnw. —e, m.Rots, v; en.—ig,—ach-Ruilebuiten, o. w.
e/ïv;n.—gezind, bnw. tig, bnw. Ruim, bnw. A/s znw, o.
Hoopaard. zie rolpaard. Rotte {riviertje) v. —Ie, v. -schools, bijw.
Roos, v; ozen.—kleur, v. —stroom, m. —rdam —schootsch(—schotig)
—gewijs, —kleurig, {stad) o. —rdamsch, bnw.—baan, v.
—vervig, bnw. bnw. Ruimen, b. w. §
Roze in: —boom, Rotten, o. en b. w. Ruin, ra; en.
—blad,—bottel,-struik. Rotting,m;en. RoUinkje. Ruïne, v; n en s. —neeren,
enz., benevens —rood; Rou'te {weg, koers) v; s. b. w.
doch ingeval het mv. be- Routi'ne {vaardigheid) v. Ruischen, o. w. §
doeld wordt, of vóór een Rouw, m; ea. —ig, bnw, Ruisvoren (ruisvoorn) m;
vocaal of eene h, rozen: —koop, m. —tijd,m. s.
—bed,—gaard,—krans, enz. Ruit, v; en. —swijze,
—edik, —honig, Rounen, o. enb. w. § bijw.—cn (in Ae/Zcaar/-
—olie, ens. Royaal, ale {koninklijk, spcl)my.—enaas,—en-
Roos (ontsteking) v. mild) w vrouw,—cnblad,e/iz.
—achtig (rozig) bnw. Rozelaar, ra; s en aren. Ruit {kruid) v. Ruit tn;
Roosten, b. w. § Rozemarijn, zie rosmarijn, —edik,—zalf (ooft rui-
Roosler, f m;s.—wijze, Rozet {roosvormige strik) tezalf en ruilerzalf inde
bijw.—en, b. w. v; ten.—koper. volkst.). Overigensrm*
Rooven, b. w. Rozig, bnw. te; als: —blad, enz.
Rooverij, v. Rozijn, v; en. —azijn. In Ruilen (in ruiten snijden.
Ros, o; sen. sam. e, behalve wanneer enz.) b. w. {plunderen)
Ros, znw. alleen in — het mv. bedoeld wordt. o. w.
krijgen, geven. Rubriek {afdeeling) v;en. Ruiter,m;s.—ij,v.—lijk,
Ros, bnw. (—ser, —t). Ruchlbaar, bnw. —ma- —sch, bnw. In sam.
—sig, —achtig, —ha- king. enk.; dochsin—paard,
rig, —kleurig, bnw. Rug,m;gen.—getje.—ge- —jongen, —pistool.
—baard.
Roshaar, v; aren,
Roset'le (roosi'ormi^e
strik, enz.) v; n.
Roskam, m; men. —mer
{paardenkoopcr), —me-
rij, V. —men, b. w.
Rosmarijn(ro/:emarijn)m.
Rosmolen, m; s.
Rossen, b, en o. w.
lings, —waarts, bijw. —sabel.
—gelingsch,—waartsch, Ruiterwacht, v; en. Beter
bnw. m. voor een persoon.
Ruggein; —been, Ruiling {kling van een
—graat,—merg,—pijn, zwaard; geklonterde
—pijp» —spraak, melk) f\; en. Veroud.
—streek, —streng, Ruk, ni; ken. ^ken, b. en
—vleesch. In and. sam. o. w.
rug; als:—steun,enz. Rul(/ioWe/ï^)bnw.(—Ier,
Rugsteunen, b. w, —sl).
Bol, zie rat. Hui {ruitijd) m. —en, f Rul {driftige toeloop) v;
Rot {menigte) o; ten. o. w. len. —letje.
—swijze, bijw. —len- Ruif, ruifel, v; ven, s. Rum, m.
vuur, v. Oyeriyens rol. Ruig, bnw. A/s znw. o. Rumoer, o.—cn, o. w.