Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Eerste toekomende tijd.
Dat ik zoude
Dat {jij zoudet
Dat hij zoude
Dat Mij zouden
Dat gij zoudet
Dat zij zouden
Dat ik zoude
Dat gij zoudet
Dat, Ijij zoude
Dat wij zouden
Dat gij zoudet
Dat zij zouden
Heb.
Hebt.
Dat ik zoude Dat ik zoude
T Dat gij zoudet Dat gij zoudet
^ Dat hij zoude Dat hij zoude
r Dat wij zouden a' Dat wij zouden
^ Dat gij zoudet Dat gij zoudet
Dat zij zouden Dat zij zouden
Tweede toekomende tijd.
Dat ik zoude cq Dat ik zoude

Dat gij zoudet
Dat hij zoude
Dat wij zouden
Dat gij zoudet
Dat zij zouden | ?
GEBIEDENDE WIJS.
Enkelvoudig,
Zij of wees.
Meervoudig.
Zijt.
Dat gij zoudet
Dat hij zoude
Dat wij zouden
Dat gij zoudet
Dat zij zouden
Word.
Wordt.
EEN EN TWINTIGSTE LES.
V. Hoe vervoegt men hei hulpwerkwoord sullen?
A. Het hulpwerkwoord zullen, vervoegt mea op deze
wijze: ^
ONBEPAALDE WIJS DEELWOORD.
Te zullen. zullende.
AANTOONENDE WIJS. ' BIJVOEGENDE WIJS.
Tegenwoordige tijd.
Enkelvoudig.
Dat ik zoude.
Dat gij zoudet.
Dat hij zoude.
Meervoudig.
Dat wij zouden.
Dat gij zoudet.
D&t zij zouden.
Ik zal.
Gij zutt
Hij zal.
Wij zullen.
Gij zult.
Zij zullen.