Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
wciisch of eene voorwnnrdc, enz. uildrukt; als: Gave
God, dat /iei «»^-^-tfe; ach, hij verhooremij; vinde
ik hp'^' 'voldoening weten te bezorgen, enz.
NEGENTIENDE LES,
V. Hoe vele tijden heeft men in elke wijs?
A, Men heeft, in de onbepaalde wijs, drie tijden-,
in de aantoonende en aan- of bijvoegende wijs ieder
zes, en in de gebiedende wijs slechts een tijd.
V. Welke zijn die drie tijden der onbepaalde wijs?
A. Die drie tijden der onbepaalde wijs, zijn: de te-
genwoordige , de verledene en de toekomende tijd.
V. Welke zijn de zes tijden der aantoonende en aa7i-
of bijvoegènde ivijs ?
A. De zes tijden der aantoonende en aan- ol bijvoe-
gende wijs, zijn : de tegenwoordige, de onvolmaakt ver-
ledene , de volmaakt verledene, de meer dan volmaakt
verledene, de eerste toekomende en de tweede toeko-
mende tijd.
V. Wat geeft de tegenwoordige tijd te kennen?
A. De tegenwoordige tijd geeft te kennen, dat dc
zaak, waarvan men spreekt, in denzelfden oogenblik
plaats heeft, waarin men spreekt, h. v. schaven; ik
schaaf, dat ik schave, enz.
V. Wat heleekent de onvolmaakt verledene tijd?
A. De onvolmaakt verledene tijd heteekent, dat eene
zaak wel begonnen, maar nog niet geëindigd is, als: ik
schaafde, dat ik schaafde, enz.
V. Wat geeft de volmaakt verledene tijd te kennen ?
A. De volmaakt verledene lijd geeft te kennen, dat