Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
bolcekenis, in t'y/soorten, als: bedrijvende, lijdende,
onzijdige, wederkeerige en onpersoonlijke werkwoor-
den.
V. Wat zi}n bedrijvende werkli'oorden?
A. Bedrijvende werkwoorden zijn die, waarvan de
(handeling of werking op een ander voorwerp overgaat ,-
b. v. de vorst regeert het land, enz.
V. Wat zijn lijdende werkwoorden ?
A. Lijdende werkwoorden zijn zulke, die het onder-
werp, niet als zelf werkende; maar als eene werking on-
dergaande, voorstellen, als: het kind wordt bemind, enz.
Zij worden gevormd uit het verledene deelwoord van
een bedrijvend werkwoord, en de hulpwerkwoorden
worden of zijn.
V. Wat zijn onzijdige werkwoorden?
A. Onzijdige werkwoorden zijn zulke, die eene han-
deling of werking aanduiden, welke werkelijk niet tot een
ander voorwerp overgaat; maar meer in het onderwerp
zelf bepaald blijft, b. v. het kind slaapt; de hond blaft,
enz.(1)
V. Wat zijn wederkeerige werkwoorden?
A. Wederkeerige werkwoorden zijn die, waarvan de
handeling of werking op den werker zeiven wederkeert,
als: hij wascht zich; ik schaam mij, enz.
V. Wat zijn onpersoonlijke werkwoorden ?
A. Onpersoonlijke werkwoorden zijn dezulke, welker
werking door een onbepaald of onbekend voorwerp wordt
verrigt, en die alleen in den derden persoon, met het
voornaamwoordvervoegd worden, als: het dondert;
het sneeuwt j het berouwt mij, enz.
(I). De onzijdige werkwoorden worden door TOorTOCging van It,
bedrijvend, als: lagchen, belagchen', meenen, beweenen, eni.