Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
V. Waartoe dienen de aanwijzende voornaamwoor-
den?
A. De aanwijzende voornaamwoorden dienen, om
de personen of zaken, als met den vinger aan te wijzen;
dezelve zijn: deze, gene, die, degene, diegene, dezelve,
dezelfde, zulke, zekere, dosgelijke, dusdanige, zooda-
nige, enz.
V. Zoudt gij ook de aanwijzende voornaamwoorden:
deze, gene en dit kunnen verbuigen ?
A. De verbuiging dér aanwijzende voornaamwoor-
den : deze, gene en dit verrigt men als volgt:
Enkelvoudig.
Manml. Vrouwel. Omijd.
1. Deze. 1. Gene. 1. Dit.
2. dezes. 2. gener. 2. dezes.
3. dezen. 3. gene. 3. dit.
4. dezen. 4. gene. 4. dit.
Meervoudig.
1. Deze. 1. Gene. 1. Deze.
2. dezer. 2. gener. 2. dezer.
3. dezen. 3. gene. 3. dezen.
4. deze. 4. gene. 4. deze.
V. Weet gij ook, wat betrekkelijke voornaamwoor-
den zijn ?
A. Betrekkelijke voornaamwoorden zijn woorden,
die betrekking hebben op personen of zaken, van welke
te voren gesprokenis; zij zijn: die, dat, welke, wie,
dewelke, waarvan, enz.
VIJFTIENDE LES.
V. Wat zijn werkwoorden^
A. Werkwoorden zijn zulke woorden, die eene bexve-
ging of rust, een zijn, lijden , worden of werken aan-
duiden, als: wandelen, slapen, dragen,hebben, zijn, enz.