Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
1. Uw. 1. Uwe. 1. Uw.
2. UW5. 2. uwer. 2. uw$.
3. uwen. 3. uwer. 3. uw.
4. nwen. 4. uwe. 4. uw.
Meervoudig.
1. Mijne. 1. Mijne, 1. Mijne. '
2. mijner. 2. mijner. 2. mijner.
3. mijnen. 3. mijner. 3. mijnen.
4. mijne. 4. mijne. 4. mijne.
1. Uwe. 1. Uwe. 1. Uwe.
2. uwer. 2. uwer. 2. uwer.
3. uwen. 3. uwer. 3. uwen.
4. uwe. 4. uwe. 4. uwe.
VEERTIENDE LES.
V. Wat noemt men vragende voornaamwoorden?
A. Vragende voornaamwoorden noemt men zulke
, —w —.. ---, -------------------r ~
sonen of zaken vraagt; deze zijn: wie, welke9 wat,
hoedanig en hoedanige,
V. Kunt gij ook de vragende voornaamwoorden:
wie j welke en wat verbuigen?
A. ÜQ vragende voornaamwoorden I wie, welkeen
wat verbuigt men aldus:
Enkelvoudig.
Vrouwel,
Mannel.
1. Wie.
2. wiens.
3. wien.
4. wien.
1. Wie.
2. wier.
3. wie.
4. wie.
1. Welke.
2. welker.
3. welke.
4. welke.
Meervoudig.
1. Welke.
2. welker.
3. welke.
4 welke.
Omijd.
1. Wat.
2. wiens.
3. wat.
4. wat.
1. Wie.
2- wier.
3. wie.
4. wie.