Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
meen en zonder bepaling laten, zijn een voor het manne-
lijke ei onzijdige, en eene voor het vrouwelijke geslacht.
V. Hoe verbuigt men die lidwoorden?
A. Men verbuigt die lidwoorden aldus:
Mannd. Ènkelv. Vrouwel. Enkdv. Onzijd. EnJcelv.
1. Een 1. Eene. 1. Een.
2. eens. 2. eener. 2. eens.
3. eenen. 3. eener. 3. een.
4. eenen. 4. eene. 4. een.
ACHTSTE LES.
V. Wat toonen de bijvoegelijke naamwoorden aan ?
A. De bijvoegelijke naamwoorden toonen de hoeda-
nigheden , eigenschappen, de stof of het getal der per-
sonen of zaken aan.
V. Wat is bij do bijvoegelijke naamwoorden op te
merken ?
A. Bij de bijvoegelijke naamwoorden is op te mer-
ken , dat zij zich schikken in getal, geslacht en naam-
val, naar de zelfstandige naamwoorden waarbij zij be-
boeren.
V. Welke bijvoegelijke naamwoorden ^orAGnethicr
niet verbogen?
A. De bijvoegelijke; naamwoorden, die echter niet
verbogen worden, zijn:
1.) De stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden, als:
steenen brug, gouden doos, koperen ketel, enz.
2.) De woorden, die op lei en hande uitgaan, als:
velerlei, velerhande, enz.
3.) De bijvoegelijke naamwoorden, die van een land
of eene stad ontleend zijn, en op er uitgaan, als:
Straatsburger snuif, Amsterdammer schipper,
enz.