Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
Venus.
De gemiddelde afstand van de zon bedraagt 14,4 mUlioen Gr. M.;
de omloopstijd bedraagt 224f dagen; de middellijn dezer planeet
= 1648 G. M.; 't S. G. der stof van deze planeet = 5,02maal
dat van water; de inhoud er van = dien der aarde ongeveer.
Ze gaat even als Mercurius soms langs de zonneschijf, maar
't geschiedt zeldzamer. In 243 jaar hebben slechts 4 doorgan-
gen van Yenus voorbij de zon plaats. De aswenteling geschiedt
in ongeveer 24 vu-en; daar de tijd, dien ze noodig heeft voor
een omloop om de zon circa 224 dagen is, duurt op deze pla-
neet elk jaargetijde = 56 dagen of ongeveer 8 weken. De
doorgang of overgang van Venus langs de zon dient den sterre-
tundige voornamelijk tot nauwkeurige bepaling van den afstand
der aarde tot de zon. De helling van haar as op haar loopbaan
om de zon bedraagt ongeveer 15°.
Mars.
De gemiddelde afstand van de zon bedraagt 30,2 mülioen G. M.;
de omloopstijd bedraagt 686 dagen; de middellijn dezer planeet
= 892 G. M.; 't S. G. der stof van deze planeet = 4,29maal
dat van water; de inhoud er van = van dien der aarde. De
aswenteling geschiedt in ruim 24 uren. Men weet niet zeker
of de planeet omgeven is door een dampring; men vermoedt
evenwel, dat er sneeuw en ijs op haar oppervlakte zal gevonden
•worden, en dit zou het bestaan van een dampkring noodzakelijk
maken. De helling van haar as op haar loopbaan om de zon
bedraagt 28'42'. Mars heeft 2 manen of satellieten. De inten-
siteit van 't licht en de warmte der zon is 't y^V die op
aarde. De afplatting aan de polen bedraagt y'^.