Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
lieeft de aarde bij haar grootste middellijn haar grootste snelheid.
De gemiddelde afstand van Mercurius tot de zon is 8 millioen
•G. M.; die van de aarde 21 mülioen. De omloopstijd van Mer-
«urius is 88 dagen; die van de aarde 365 dagen. Nu is
88' : 365' = 1:18 nagenoeg en 8= : 21' = 1:18 nagenoeg,
dus 8' :21'=882 :365' of de derdemachten der gemiddelde
afstanden zijn evenredig met de vierkanten der omloopstijden.
De omloopstijd van Venus = 225 dagen; die van Mercurius
88 dagen; de gemiddelde afstand van Venus = 15 millioen G. M.;
wordt die van Mercurius gevraagd, dan heeft men 225» : 88'
15'
50625 : 7744 = 3375 : x'
15: 7744=1 a;' = iiL4—516 a; = iK516 = 8
dus is de gemiddelde afstand van Mercurius tot de zon circa 8
millioen G. M.
Mercurius.
De gemiddelde afstand van de zon bedraagt 8 millioen G. M.;
de omloopstijd bedraagt 88 dagen; de middellijn dezer planeet
= 644 G. M.; 't S. G. der stof van deze planeet = 8maal dat
van w^ater; de inhoud er van = aarde. Ze gaat
soms voorbij de zonneschijf, waarop ze zich dan als een zwarte
stip vertoont; men noemt dat: een doorgang. De aswenteling
geschiedt in ongeveer 24 uren; daar de tijd, dien ze noodig heeft
voor een omloop om de zon, 88 dagen is, duurt op deze planeet
88
elk jaargetijde -j- = 22 dagen of ruim 3 weken. De zon ver-
toont zich aan een Mercuriusbewoner circa 7maal zoo groot als
aan eenAewoner der aarde; de sterkte van 'tzonlicht is er dus
aanmerkelijk grooter dan voor een bewoner op aarde en 't licht
zou voor onze oogen te hevig, te verblindend zijn. De helling
van haar as op haar loopbaan om de zon bedraagt 20°. Men
vermoedt 't bestaan van een atmosfeer op Mercurius.