Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
2°. De voerstraal beschrijft in gelijke tijden geüjke vlakte-
ruimten.
3°. De vierkanten der omloopstijden verhouden zich als de
derdemachten der gemiddelde afstanden.
Ophelderingen. Wordt boog AB 'm denzelfden tijd doorloopen
als boog CD, dan zal sector AZB = sector CZD zijn; natuur-
üjk moet de planeet met grooter snelheid boog AB doorloopen,
dan boog CD, omdat boog AB grooter is en toch in denzelfden
tijd moet doorloopen worden als boog CD. Is boog CD z=boog
EF, dan zal de snelheid, waarmee de planeet boog EF doorloopt,
zooveel maal zoo groot zijn als die, waarmee ze boog CD doorloopt,
als de inhoud van sector EZF begrepen is op dien van sector
CZD. De snelheden, waarmee een planeet zich op verschiüende
punten van haar baan beweegt, staan in omgekeerde verhouding
tot de afstanden, die zij van de zon heeft, dus hoe verder van
de zon verwijderd, hoe langzamer haar loop wordt. De pla-
neet heeft dus de grootste snelheid tijdens haar perüieüum, de
kleinste snelheid tijdens haar apheüum. Tan uit de zon gezien