Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
•wegingen, die daardoor ontstaan ien opzichte der vaste sterren,
■waarmede ze worden vergeleken.
Is de aarde in I dan ziet men de planeet 1 bij 1' in de vaste
ster; is de aarde in II, dan is de planeet inmiddels voortgegaan
tot 2 en wordt ze in 2' gezien, ze is dus voortgeschreden op
haar baan; is de aarde in III dan is de planeet voortgegaan
tot 3 en wordt in 3' gezien; ze schijnt dus te hebben stüge-
Btaan; is de aarde in /F, dan is de planeet voortgegaan tot 4
en wordt in 4' gezien; ze schijnt teruggeloopen te zijn, om
vervolgens weer schijnbaar voort te schrijden tot 5' als ze werke-
lijk is voortgegaan tot 5, maar van uit de aarde in 5'gezien wordt.
Weiten van Kepler (1571—1630).
1°. De planeten bewegen zich alle in ellipsen om de zon,
die in een der brandpunten van de ellips zich bevindt.