Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
De betrekking tusschen de afstanden van de verschillende plane-
ten tot de zon, wordt ten naastenbij uitgedrukt door een reeks van
op eenvoudige wijze gevormde getallen. Als men bij de getallen
0 — 3 — 6 — 12 — 24 — 48 — 96 — 192 — enz.
4 optelt dan krijgt men de getallen
4 — 7 — 10 — 16 — 28 - 52 — 100 — 196.
die, als meß in plaats van de asteroïden een planeet stelt, wier
afstand van de zon 't gemiddelde is van de afstanden dezer
kleine planeetjes, vrij wel de verhouding der afstanden uitdrukken.
Eekent men den afstand der aarde tien, dan is de afstand der
andere planeten, naar verhouding:
Mercurius 0x3-1-4 = 4
Venus 1x3 + 4 = 7
Aarde 2 x 3 + 4 = 10
Hars 4 X 3 + 4 = 16
Asteroïden 8 X 3 + 4 = 28
Jupiter 16 X 3 + 4 = 52
Saturnus 32 X 3 + 4 = 100;
Uranus 64x3 + 4 = 196;
werkelijk verhoudingsgetal = 3,87
. = 7,23
, = 10
„ = 13,24
„ = 52,03
„ = 91,39
„ =191,8
afstand der zon 8 mill. G.H.
» » n
. 20 , „
, 31 , „
, 103 , „
, 190 , ,
, 381 „ ,
Xeptunus (Deze planeet voldoet 't minst aan de opgenoemde reeks.) 598 , ,
De wijze, waarop de bovengenoemde getallen worden gevon-
den, noemt men wet van Bode of van Titius.
Mercurius loopt in 88 dagen om de zon; volbrengt ze een hal-
ven omloop en komt ze dus van M in M', dan zal de aarde in
dien tijd ongeveer ^ van haar omloop hebben volbracht en geko-
men zijn van A in A'. Toen de aarde zich in A bevond zag men
M. rechts van de zon, toen de aarde gekomen was in A' zag men
de planeet in M' links van de zon. Bevindt de planeet zich rechts
van de zon, dan gaat ze vóór de zon op en onder; staat ze links
van de zon, dan gaat ze na haar op en onder. Een binnenpla-
neet zal zich dus eenigen tijd kort vóór 't opgaan der zon als
morgenster vertoonen in 't Oosten; vervolgens gaat ze bijna ge-
lijktijdig, dan gelijktijdig, dan weer bijna gelijktijdig met de zon