Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
aarde; ze -worden daarom binnenplaneten genoemd, terwijl de
andere buitenplaneten heeten. Het getal der bekend geworden
asteroïden, zich alle bevindende tusschen Mars en Jupiter, be-
draagt reeds meer dan 200.
De buitenplaneten kunnen met de aarde in tegenstand oi oppo-
sitie en in sainenstand of conjunctie komen.
Oppositie noemt men den stand, dat de aarde in een rechte
lijn tusschen zon en planeet staat: zon-aarde-planeet; conjunctie
heet men den stand, als de zon in 't midden staat, en men dus
van de aarde planeet en zon in dezelfde richting ziet.
De buitenplaneten kunnen
in oppositie en conjunctie
beide met de aarde komen;
de binnenplaneten kunnen wel
in conjunctie komen met de
aarde, maar niet in oppositie,
omdat ze dichter bij de zon
staan dan de aarde; daarente-
gen kunnen alleen de binnenplaneten langs de zon gaan, en
is dit voor de buitenplaneten onmogelijk, daar ze verder van
de zon afstaan.
De planeten zijn Mercurius, Venus, Aarde, Mars, (Asteroïden)
Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus.
Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus waren in de
vroegste tijden al bekend; de aarde werd eerst algemeen als
planeet erkend sedert 'teind der 17e eeuw; Uranus Averd in 1781
entdekt door Herschel; de eerste der asteroïden werd in 1801
ontdekt door Piazzi te Palermo. De noodzakelijkheid van 't be-
staan van Neptunus werd aangetoond en de streek aan den hemel
aangewezen, waar ze zich bevinden moest, eer iemand ze nog
gezien had. Die berekening geschiedde door Leverrier te Parijs
en door Adams te Cambridge; werkelijk werd ze den 23 Sep-
tember 1846 door Galle te Berlijn op de aangewezen plaats gezien.