Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
CüD
S
slechts zichtbaar voor eea
gedeelte der aardoppervlakte,
die door de zon beschenen
wordt; maansverduisteringen
worden gezien op alle plaat-
sen, voor welke de maan zicht-
baar is.
Tot de verschijnselen, die
voor 't grootste deel samen-
hangen met den stand der
maan ten opzichte van de
aarde, behoort ook dat van
eh en vloed. Dit vindt men
uitvoerig behandeld in de na-
tuurkundige aardrijkskunde.
Het planetenstelsel.
De planeten, die schijn-
baar een onregelmatigen loop
hebben aan den hemel], en
daarom ook wel den naam
van dwaalsterren krijgen,
bewegen zich alle in ellip-
sen om de zon, van welke
ze licht en warmte ontvan-
gen. Voor zoover bekend is,
draaien ook aUe om haar as-
sen. Men kent thans, 't getal
der asteroïden niet mee ge-
rekend, 8 hoofd- en 20 bij-
planeten, manen of satellie-
ten. Twee der hoofdplaneten
(Mercurius en Venus) bevinden zich dichter bij de zon dan de