Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
des schaduwkegels, dan zal
die schaduw de aarde berei-
ken en zal de schaduwkegel
door de oppervlakte der aarde
gesneden worden. Alle plaat-
sen op aarde, gelegen binnen
den omtrek dier doorsnede
(de schijnbare middeUijn der
maan is grooter dan die der
zon), hebben dan een totale
zoneclips, terwijl voor pun-
ten buiten die doorsnede,
maar in de bijschaduw gele-
gen, de zon weer gedeeltelijk
verduisterd zal zijn.
lliddellijii der maan bij totale zoosrer-
dnisleriii» r= 33', die der zod31'|.
UiddellijD der maan bij ringu zonsver-
duistering = 29'34:°, die der zon
32'3G".
Een totale zonsverduiste-
ring kan niet langer duren
dan 2 X (33—31|) = 3', bij
een ringvormige zonsverduis-
tering kan de maan 2 X
(32'3G'—29'34") = 6' door een
lichtenden ring omgeven zijn.
Het aantal verduisteringen
is ieder jaar van 2 tot 7,
waarvan niet meer dan twee
maansverduisteringen zijn.
Zoo er in een jaar slechts 2 verduisteringen plaats grijpen, zul-
len 't twee zonsverduisteringen zijn. De zoneclipsen zijn altijd