Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
In de meest ongunstige om-
standigheden strett zich de
schaduwkegel van de maan niet
uit tot de aarde, zoodat op de
plaatsen, die door de aswente-
ling der aarde achtereenvolgens
komen in de richting van de
as des kegels, de zon zal wor-
den gezien als een lichtende
ring, die de donkere schijf der
maan omringt. De zonsverduis-
tering kan zijn centraal en par-
tieel, en de centrale kan weer
zijn totaal of ringvormig.
Zien de bewoners op aarde
de zon als een lichtende ring,
die de donkere schijf omgeeft
zooals in P, dan hebben die een
ringvormige zonsverduistering,
en zal de ring overal evenbreed
zijn. AB =: CD. (De schijnbare
middellijn der maan is kleiner
dan die der zon). In een vlak
nabij P gelegen punt kan de
verduistering nog ringvormig
zijn, maar is de ring niet overal
even breed. Op plaatsen, ver-
der gelegen van de as des scha-
duwkegels, maar nog binnen
den bijschaduwkegel, zal slechts
een gedeelte der zon zichtlaar zijn (voor P'); die plaatsen heb-
ben alzoo een gedeeltelijke of partiëele zonsverduistering.
Is de afstand van de maan tot de aarde geringer dan de lengte