Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
tier heet 't, aJs ze na nieuwe maan, reeds voor de helft verlicht is.
Verduis teringen.
Zoo de maanbaan samenviel met de ecliptica, dan zou bij el-
ken synodischen omloop zon, maan en aarde in een rechte lijn
komen te staan, zoodat de aarde zich in 'tmidden bevond; dit
gebeurt ten tijde der volle maan. En daar in de meest ongun-
stige omstandigheden, als de maan in haar apogeum (= versten
afstand van de aarde) en de aarde in haar perihelium is, de
schaduwkegel der aarde (die 189000 Gr. M. bedraagt) op den
afstand der maan nog een middellijn heeft 2\ maal zoo groot
als die der maan, zoo zou men dan elke maand een maansver-
duistering moeten hebben. Daar de loopbaan der maan een hel-
ling heeft van 5° 8' ten opzichte van 'tvlak der ecliptica, zoo
zal er alleen een verduistering plaats grijpen, als de maan zich
in of nabij een der knoopen bevindt. Geschiedt dit bij volle
maan, dan zal de aarde 't licht der zon onderscheppen. De maan
zelve zal donker zijn.
In den schaduwkegel dringt geen zonlicht door; de bijscha-
duwkegel heeft licht van een klein gedeelte der zonneschijf;
gaat de maan door de bijschaduw, dan heeft geen maansverdui-
stering plaats, daar ze wordt beschenen door 't Hcht van een
gedeelte der fen; ze is over haar gansche oppervlak verlicht,
maar flauwer dan gewoonlijk. De maan wordt bij een maans-
verduistering nooit geheel en al onzichtbaar, maar vertoont zich
steeds in een koperkleurig schemerlicht, waarvan de tint bij
verschUlende ecHpsen verschUlend is.
Komt de maan in een rechte lijn te staan tusschen de aarde en
de zon (ten tijde van nieuwe maan) dan zal er een zonsverduiste-
ring (liever gezegd een aardverduistering of zonsbedekking) plaats
hebben. De schaduw der maan valt dan op de aarde. De leng-
te van den schaduwkegel der maan is 49000 tot 51000 G. M.
erwijl de afstand tusschen de maan en de aarde afwisselt van
49000 tot 54600 G. M.