Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ 82
op aarde kan men dus ook iets van de andere helft der opper-
vlakte van de maan te zien krijgen (ParaUactische libratie). Dit
alles saamgenomen maakt, dat men met 't ^ der oppervlakte
bekend is, terwijl 't \ steeds onzichtbaar blijven zal.
Daar de as der maan nagenoeg loodrecht staat op de ecliptica
zuUen alle plaatsen op de maan evenlang dag als nacht hebben.
Daarom is er ook geen verschil van jaargetijden, wat alleen kan
plaats grijpen bij een schuinen stand der as. Beide maanhelften
zullen dus vrij wel in gelijke omstandigheden verkeeren. Daar
steeds dezelfde helft der maan naar de aarde is gekeerd, zal al-
leen die helft bestraald kimnen worden door 't licht, dat van de
zon op aarde vallende, door deze naar de maan wordt terugge-
kaatst; kort na nieuwe maan, als 'tvoor de maanbewoners voUe
aarde is, wordt de niet door de zon verlichte maanhelft overtogen
met een aschgrauw licht, dat de aarde op haar reflecteert.
Daar de middellijn der aarde bijna 4 maal zoo groot is als
die der maan, en haar oppervlakte ruim 13 maal zoo groot, moet
ook de verschijning van zoo'n grooten lichtenden bol aan den he-
mel des nachts voor den maanbewoner een prachtig gezicht op-
leveren, temeer daar aUe hemellichamen zich voor den maanbe-
woner moeten vertoonen als lichtende pmten en schijven op een
stikdonkeren achtergrond.
Door de waarneming der sterbedekkingen door de maan is men
tot de kennis gekomen, dat de maan geen dampkring bezit,
't Licht der sterren en planeten toch, die door de maan bedekt
worden, ondergaat door straalbreking geenerlei afwijking. Op de
maan bestaat dus ook geen schemering. Waar geen dampkring
is, kan geen water en evenmin vuur zijn. Alzoo is de maan
een vast lichaam, zonder lucht, vloeistoffen of vuur, en bijgevolg
kan ze niet bevolkt zijn met wezens, zooals die op aarde leven
en werken.
Oppervlak der maan.
Hiervan zijn wij, dank den vrij korten afstand der maan van