Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Kg. 27. M een omloop om de
aarde volbraclit, en zal
dus na dien tijd weer tot
il teruggekeerd zijn (si-
derische maand). Maar
in dien tijd heeft de
aarde bijna (V van haar
baan afgelegd en is uit
A in A' gekomen en
M in M' (^ M , A' M).
Om evenwel weer in
een rechte üjn te ko-
men tusschen A en Z
moet M' nog vooi-tloo-
pen tot X-, daarvoor
heeft ze nog ongeveer
2i dag noodig, dus dit
geschiedt in 29 dagen
12» 44' (sjmodische maand). (Tergeüjk 't inhalen van den uur-
wijzer door|den minuutwijzer, om elkaai- te bedekken; staan de
"wijzers om 12» boven elkaar, dan zuUen ze eerst na 65weer
elkaar bedekken, omdat de uurwijzer 5' op haai- weg is voort-
gegaan). ;
Dag en jaar op de maan. Daar er 29 J dag verloopt tusschen
2 opeenvolgende geüjke phasen van de maan, zoo wisselen voor
een plaats op de oppervlakte der maan dag en nacht na een
tijdsverloop van 29; dag. De tijd van verlichting of de dag
duurt dus voor den maanbewoner 29 J :2 = 14^ dag of 354 uren.
Even zoo lang dum-t voor hem de nacht. Daar de tijd, dien de
maan behoeft voor een wenteling om haai- as dezeKde is als die,
welke verloopt tusschen 2 opeenvolgende geüjke phasen van de
maan, zoo is het jaar op de maan van geüjken duur als de dag.
Jaar en dag zijn dus voor den maanbewoner evenlang. In 29 J