Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
SteUen we AB = BC— CD= DE dus gelijke deelen van
de baan der aarde, die in circa 7 dagen worden doorloopen.
Als de aarde van A tot E is voortgegaan, zal de maan ten
naastenbij een geheelen loop om de aarde hebben volbracht. De
kleine cirkeltjes om ^ , -B enz., duiden de banen aan, die de
maan zou doorloopen, zoo de aarde stUstond, 't gestippelde ge-
deelte duidt den weg aan, die nog doorloopen moet worden.
Aswenteling der maan. Met 't bloote oog reeds neemt men op
de oppervlakte der maan heldere en donkere vlekken waar, vooral
wanneer de maan vol is, terwijl we steeds dezelfde vlekken zien.
Hieruit volgt, dat de maan in denzelfden tijd, dat ze een om-
loop volbrengt om de aarde, ook een wenteling volbrengt om
haar as.
De tijd, die er verloopt van 't tijdstip, dat de maan bij een
vaste ster schijnt te staan, tot 't tijdstip, dat ze, na een ge-
heelen omloop om de aarde te hebben volbracht, zich weer bij
deaelfde vaste |ster bevindt, noemt men een Siderische maand
(van Sidus ster) en duurt 27 dagen 7 uur en 43'. Inmiddels
is ook de aarde voortgeschreden op haar baan, en om dus nu
weer in denzelfden stand te komen ten opzichte van de zon,
moet ze ook nog den weg afleggen, die door de aarde is afge-
legd; terwijl de maan een geheelen omloop om haar volbracht.
Daarvoor heeft de maan nog noodig 2| dag, zoodat de tijd, die
er verloopt tusschen 2 opeenvolgende gelijke phasen van de
maan, bv. van de eene nieuwe maan tot de volgende nieuwe
maan, bedraagt 29dagen 12"» 44'. Dit tijdvak wordt genoemd
een synodische maand. Twaalf zulke maanden vormen oen maan-
jaar. De Arabieren rekenen bij maanjaren, die korter zijn dan
zonnejaren; daarom vallen bij hen de |maanden telkens in an-
dere jaargetijden.
Zij Z de zon, A de aarde, M de maan, PQ een deel der
baan van de aarde. De stand AMZ is die van nieuwe maan.
A, M en Z liggen in een rechte lijn. Na 27 dg 7" 48' heeft