Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
andere tijden volgens kromme lijnen zich voortbewegen, die van
Mei tot November naar boven, van November tot Mei naar be-
neden gekromd zijn, zoo besluit men daaruit, dat de as der zon
een helling heeft ten opzichte van 't vlak der ecliptica, volgens
de waarnemingen, van 82 M zoodat de zonsevenaar en de eclip-
tica een hoek maken van 7M°-
Zonnefakkels. Behalve die donkere vlekken, merkt men ook
nog op heldere plekken, eveneens van verschillenden vorm, en
zonnefakkels geheeten; ze veranderen eveneens van vorm. Ge-
woonlijk ontstaan er daar, waar men fakkels heeft waargenomen,
later vlekken.
Corona noemt men den kring van helder wit licht, die de
zon van aUe zijden omringt en allengs flauwer wordt, als de
zon bij een zoneclips totaal door de maan bedekt wordt.
Protuberanzen. Deze vertoonen zich bij eene totale zonsver-
duistering als roode, hoog zich verheffende ^Tiurvlammen, die
van achter den maanrand te voorschijn komen. Omtrent him
wezen is men nog geenszins op de hoogte.
Zodiakaal- of dierenriemslicht. — Het verschijnsel wordt zoo
genaamd, omdat 't altijd in de sterrebeelden wordt gezien, die
den dierenriem vormen. Het vertoont zich in Febr. en Maart
kort na zonsondergang in 'tW. en in Oct. kort voor zonsopgang
in 't O. Het vormt een lichtgevende strook, die naar links (voor-
jaar) of naar rechts (najaar) overhellende, op den horizon schijnt
te staan, waar de zon is ondergegaan.
Omtrent vlekken, fakkels, corona, protuberanzen en zodiakaal-
licht is men nog niet op de hoogte, wat zij eigenlijk zijn.
Door middel van de door Kirchhoff en Bunsen uitgevonden
spectraal analyse, heeft men getracht te onderzoeken uit welke
stoffen de zon bestaat. De uitkomsten van dat onderzoek zijn,
dat de zon is een gasachtig of vloeibaar lichaam, dat in wit-
gloeienden toestand verkeert. Tengevolge van de warmte-uitstra-
ling en afkoeling aan de oppervlakte, moot daar een voortdurende