Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
73
De Zon.
De middeUijn der zon is 185200 G. M., dat is 107,7maal
zoo groot als die der aarde; hare oppervlakte is 107754 mil-
lioen □ G. M. en haar inlioud is 3320 billioen knb. G. M.
Haar inhoud is 1251000maal zoo groot als die der aarde
(volgens anderen 1404000maal), maar omdat 't S. G. der stof,
waaruit de zon bestaat, ongeveer 't % is van 't S. G. der stof,
waaruit de aarde bestaat, bedraagt haar massa slechts 31 OSOOmaal
die der aarde (volgens anderen 360000maal).
't S. G. der zon is l,42maal dat van water. De zon is zoo groot,
dat de aarde met haar maan er zooveel plaats in zouden kunnen
vinden, dat de maan binnen de zon ruimsclioots haar omloop om
de aarde zou kunnen blijven volbrengen.
De hoek, onder welken de zon verschijnt, wisselt af van 31'
tot 33', tengevolge van den verschillenden afstand tusschen zon
en aarde in 't aphelium en periphelium.
De doorgeloopen ruimte van een vrijvallend lichaam is op de zon
in de eerste sec. = 134,90 il. Een lichaam, dat op aarde 100
K.G. weegt, zou op de zon 2750 K.G. wegen; de werking
der zwaartekracht is er dus circa 27 maal zoo sterk als die op
aarde. Het licht der zon heeft Bk minuut noodig om den afstand
te doorloopen, die er tusschen zon en aarde is (gemiddeld circa
20000000 G. M.). Werd dus de zon plotseling uitgedoofd, men
zou dit op aarde eerst na 8}i minuut bemerken.
De kleur van 't zonlicht is wit; een hchtstraal der zon, door
een glasprisma gaande, wordt ontbonden in de 7 kleuren van
den regenboog: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet.
Het witte zonlicht is dus samengesteld uit 7 verschillend ge-
kleurde lichtstralen. Aan die eigenschap is 't wellicht te dan-
ken, dat de lichamen op aarde hun verscheiden kleur hebben;