Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
De bestrijders van 't stelsel van Copernicus hadden er de aan-
dacht op gevestigd, dat, zoo de aarde jaarlijks een zoo uitgebreide
baan in 't heelal aflegde, dit voor den waarnemer op aarde een
schijnbare beweging der vaste sterren in tegenovergestelde rich-
ting moest tengevolge hebben. Galileï gaf dit toe, maar merkte
op, dat 't verschijnsel wegens den eindeloozen afstand der vaste
sterren, niet opgemerkt kon worden.
De hoek, waaronder men uit 2 diametraal tegenovergestelde
pimten van de baan der aarde, een ster ziet, is natvmrlijk dezelfde,
als die waaronder men uit de ster de middellijn van de loopbaan
der aarde ziet, en draagt den naam van parallaxis der vaste sterren
of ook wel dien van verschiizicht. Hoe verder een ster van de
aarde verwijderd is, hoe kleiner die hoek zijn zal; de grootste
bekende parallaxis is die van een ster in Centanrim; ze bedraagt
0,91 sec.
Door 't trachten om de parallaxis van eenige sterren te be-
palen, kwam Bradley tot de kennis van een ander verschijnsel,
nl. de aberratie of afdwaling van 't licht, hierin bestaande, dat,
zoo men een kijker richt naar eenige ster aan den hemel,
men den kijker eenigszins moet doen afwijken van de richting,
waarin de lichtstralen 't objectief treffen, en wel naar de zijde,
waarheen de aarde zich op haar omloop rond de zon beweegt,
omdat, terwijl 't licht den kijker doorloopt, deze zelf met de
aarde zich voortbeweegt. De abeiTatie heeft haar grootste waar--
de, als de baan der aarde de lichtstralen rechthoekig snijdt, om-
dat dan de aarde in haar loopbaan 't meest vooruit komt in be-
trekking tot de richting der lichtstralen.