Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
45°33 Breedle- 15K" = langste dag. Breedle = 66°30'la, ngstedag=23}i"
49°3' » 16" » 66°32' » 24"
52° 16^» » 67°19' » Imnd.
54°31' » 17" » 69°34' » 2mnd.
56°39' >> » 73°5' » 3mnd.
58°28' » 18" » 77°38' » 4mnd.
60° 18K" » 82°55' » 5mnd.
61°19' » 19" 88°38' » 6mnd.
62°26' » 19K" » 90° » 186dg.
Geschiedkundig overzicht.
Tot in 't laatst der 16® eeuw werd algemeen geloofd, dat de
zon zich om de aarde voortbewoog. Ptolomeus (125 n. C.) had ter
verklaring van de verschijnselen een hypothese aangenomen, naar
hem genaamd het stelsel van Ptolomeus, waarin werd geleerd,
dat de aarde onbeweeglijk dezelfde plaats in de ruimte behoudt,
de gansche hemel er dagelijks om heen wentelt, en de zon er
bovendien in een jaar nog een eigen baan om beschrijft. Coper-
nicus (1473—1543) trad als bestrijder van dat stelsel op en wees
op de grootere waarschijnlijkheid, dat de aarde om haar as en om
de zon zou draaien. GalUeï (1563—1642) ontdekte in 1610 de
schijngestalten van Venus, en deed daarmee de tegenwerping te
niet, dat, als de aarde en de planeten van denzelfden rang zijn,
men dan ook bij de planeten schijngestalten moet waarnemen,
evenals bij de maan. De ontdekking van 3 manen bij Jupiter
bracht er toe bij om 't denkbeeld, dat de aarde met haar maan
om de zon zou draaien, meer ingang te doen vinden. Kepler
(1571—1631) bracht door de ontdekking zijner 3 wetten er 't meest
aan toe om een einde te maken aan 't geloof aan den stilstand
der aarde. Tot die ontdekking gaven de menigvuldige en nauw-
keurige waarnemingen van Tycho Brahe (1546—1601), een ver-
maard tegenstander van 't stelsel van Copernicus, de eerste
aanleiding.