Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Zijn nu de luchtstreken door scherpe grenslijnen van elkaar
gescheiden, zoo heerscht niet dezelfde scherpe afscheiding tus-
schen de klimaten.
Zoo zijn er wel punten in de koude zone, die warmer zijn
dan menig punt uit de gematigde zone, wat natuurlijk niet ge-
beuren zou, zoo 't klimaat alleen afhing van de lengte van
den dag en van den hoek, waaronder de zonnestralen op aarde
vallen.
Behalve deze verdeeling in vijf luchtstreken of klimaten, wor-
den nog de beide gordels, die tusschen den equator en de pool-
cirkels liggen in uurklimaten, die binnen de poolcirkels liggen in
maandklimaten verdeeld. De uurklimaten zijn gelegen tusschen
de parallellen, waarop de lengten van de langste dagen M uur
verschilt. Zoo is de evenaar de parallelcirkel, waaronder de
plaatsen liggen, wier langste dag 12" is; de parallelcirkel, ge-
trokken over die plaatsen waar de langste dag 12is, vormt
met den evenaar een smaUe strook, die het eerste khmaat bevat.
De strook, begrepen tusschen den parallelcirkel, die gaat over
plaatsen, waar de langste dag 12K" duurt, en die, gaande over
plaatsen, waar de langste dag 13" duurt, vormt het 2" klimaat.
Zoo wordt de ruimte tusschen evenaar en poolcirkel in 24 deelen
of uurklimaten verdeelt. Binnen den poolcirkel verdeelt men de
ruimte in 6 maandklimaten, al naar dat de langste dagen 1 maand
langer din-en.
De parallelcirkels, welke de uur- en maandklimaten begrenzen,
loopen op de volgende breedte:
0° Breedte — 12" = langste dag. Breedte = 63°23' langste dag: = 20"
8°34' . 12 H " » » 64°11' 20 H
16''44' » 13" » 64°50' 21"
24^12' » » C5°23' 21'A
30°49' » 14" » » 65°57' 22"
36°32' » 14" » » 66°8' 22 X
41''24' » 15" » 66°22' 23"