Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
't zenith staan, en 2niaal 'sjaars zouden ze de zon in den lio-
rizon zien, dus 2maal 'sjaars had men er groote hitte en 2maal
groote koude. Stel men had er in Januari de zon in tojD, dan
zou ze gedurende 3 maanden dagelijks lager aan den hemel gaan
staan, tot ze in April in den horizon zich bevond om nu gedu-
rende 3 maanden dagelijks al hooger aan den hemel te klimmen,
tot ze in Juli weer in top stond; dan zou ze eiken dag weer
lager dalen tot ze in October weer in den horizon stond, om
dagelijks al hooger klimmende in Januari weer in top te staan.
Binnen 3 maanden zou men dan de grootste hitte naast de
strengste kou hebben. Verzengende hitte en barre kou wissel-
den dan elke 3 maanden af. Dag en nacht zouden altijd even
lang zijn.
De polen zouden eens in 't jaar de zon in top hebben, nadat
ze vóór 3 maanden in den horizon was gekomen; na in top te
zijn geweest zou ze eiken dag lager aan den hemel gaan staan,
tot ze 3 maanden later weer in den horizon stond, om vervol-
gens voor 6 maanden daar beneden te blijven. Aan de polen
zou men gedurende O maanden de zon boven den horizon zien,
ja, haar zelfs ééns in dien tijd in top hebben, om ze dan weer
in geen 6 maanden te zien. In de eene helft des jaars zou er
dus een tropische hitte wezen, in 't andere halfjaar de bitterste
koii. Dus ook hier weer groote hitte naast strenge kou.
Yoor eene plaats op onze breedte b. v. zou ook 2 maal 's jaars
de zon in top komen en ook zou de zon gedurende eenigen tijd
niet boven den liorizon verrijzen. Zeer heete zomers en zeer
strenge winters zouden er 't gevolg van zijn.
Lag dus de aardas eens in 't vlak der loopbaan, dan zouden
alle plaatsen op aarde 2 maal de zon in top hebben, uitgenomen
de polen, die haar eens in 't jaar in 't zenith zouden zien; alle
plaatsen op aarde zouden gedurende kortoren of längeren tijd
de zon niet boven den horizon zien verrijzen, uitgenomen de
evenaar, die haar wel 2 maal in 't jaar in den horizon zou zien