Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Zonlicht Refractielicht Astronom. Volle
in 't geheel. alleen. schemering. nachl.
Noordpool 186dg. 11" 2dg. 22" 94dg. 16» 84dg. 3»
40° N.Br. 183dg. 8» Idg. 14» 49dg. 2» 132dg. 20»
Equator 182dg. 15» Idg. 5» 36dg. 1» 146dg. 14»
Alle plaatsen, voor welke de kleinste afstand van 't onderste
culminatiepunt der zon van den horizon niet meer bedraagt dan
18°, kan er gedurende den ganschen nacht schemering zijn;
waar die afstand grooter is, is dat onmogelijk; dit is 't geval
voor plaatsen, die zuidelijker liggen dan 90 — (23^+18)
= 48Plaatsen, zuidelijker dan 48}^° N.B. hebben nimmer,
die, welke noordehjker liggen, meer dan een nacht schemering.
Gevolgen van een veranderden stand der aardas.
De ongelijke duur van den dag en de verandering van zons-
hoogte op eiken dag in den loop van een jaar bewerken de ver-
wisseling der jaargetijden. Die afwisseling in jaargetijden zou
vervallen als de as der aarde loodrecht op haar baan stond, en
dus de ecliptica met den equator des hemels samenviel. Dan
zou de verlichting en warmte 't geheele jaar zoo zijn als ten
tijde der equinoctia. De verlichtingscirkel ging steeds door de
beide polen. Deze zouden de zon bestendig in den horizon zien;
de bewoners onder den evenaar zouden haar bestendig in top
hebben, terwijl voor hen, die tusschen evenaar en pool wonen,
de zon nooit hooger boven den horizon zou komen, dan
't complement der geogr. breedte dier plaats bedraagt (voor
ons nooit hooger dan 38°, waardoor vele onzer vruchten niet
tot rijpheid zouden kunnen komen.) Een bestendige temperatum-
zou op die plaatsen heerschen. Dag en nacht zou altijd over
de geheele aarde even lang zijn, uitgenomen voor de polen, waar
men eeuwig de zon zich langs den horizon zou zien bewegen.
h. Indien de aardas in 't vlak der loopbaan lag, dan zou de
zon voor de bewoners onder den evenaar 2maal 's jaars in