Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Fig. 23. kelijk in a is. Hij
ziet ze dus iets
hooger boven den
horizon, dan ze
werkelijk is; hij
zou ze zien op
haar werkelijke
standplaats, zoo
er geen damp-
kring was. Deze kromming der lichtstralen (astronom. straal-
breking of refractie) is 't grootst, als de zon in den horizon staat;
geringer naar mate ze hooger boven den horizon staat en nul,
zoo ze in top staat. De zon wordt dus reeds boven den horizon
gezien, als ze er werkelijk nog beneden is, en er nog boven ge-
zien, als ze er reeds beneden is. De invloed der straalbreking
bedraagt voor den evenaar slechts voor de polen evenwel
53" of + 2j^dg, zoodat men aan de pool een gedeelte der zon
circa 5 dagen langer ziet, dan zonder refractie 'tgeval zou zijn.
Daar de atmosfeer 't zonlicht rellecteert, waardoor 't zoogenaamde
diffuus dagHcht ontstaat, blijft het nog eenigen tijd licht, nadat
de zon reeds beneden den horizon is gedaald. De verlichte
dampkring schenkt ons dan 't schemerlicht. Uit waarnemingen
blijkt dat, als de zon circa 8» beneden den horizon is gedaald,
het in de woningen donker begint te worden (bui-gerhjke sche-
mering, waarvan de grenzen natuurlijk niet scherp zijn aan te
wijzen) en als ze 16 a 18° beneden den horizon staat, sterren
der 6® gi'ootte zichtbaar worden, wat als 't begin van den nacht
en als 't einde der asti'onom. schemering wordt beschouwd. Hoe
steiler de dageüjksche loopbaan der zon op den horizon staat,
hoe korter de schemering duurt; alzoo 't kortst onder den equa-
tor, waar de loopbaan der zon loodi-echt op den horizon staat;
en hoe hoogere breedte hoe langer ze aanhoudt. Daar, zooaJs
boven^ gezegd is, de astronom. schemering aanvangt, als de
5