Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
Daar de zon met het toenemen der N. declinatie voor bewo-
ners ten N. van den evenaar steeds grooter dagbogen beschrijft,
en wel te grooter, naarmate men verder van den evenaar ver-
wijderd is, zoo nemen ook na 21 Maart voor 't N. halfrond de
dagen gestadig in lengte toe;" bij 't toenemen der Z. declinatie
worden de dagbogen al kleiner en nemen dus de dagen gestadig
in lengte af.
Daar met 't lengen der dagen ook gepaard gaat 't klimmen
van de zon boven den horizon en men dus bij langer zonne-
schijn meer zonnewannte, en bij kortstondiger zonneschijn min-
der zonnewarmte heeft, zoo geeft dit het verschil in jaargetijden.
Als de zon haar grootste N. declinatie bereikt heeft, dan staat
ze in den Kreeft, doorloopt op dien dag aan den hemel den
Kreeftskeerkring, die evenwijdig aan den evenaar er 23^° (of
juister 23" 28') van verwijderd is; de verlichtingscirkel reikt dan
ook 23° 28' over de Noordpool heen; 't punt, tot waartoe dan
over de Noordpool heen, de verlichtingscirkel reikt, is ook 't pimt,
waaxLQ de as der ecliptica den hemel snijdt. De cirkels ge-
trokken door die snijpunten, evenwijdig aan den equator, dragen
den naam van poolcirkels, onderscheiden in Noord- en Zuidpool-
cirkel. Daar de ecliptica een hoek van 23® 28' maakt met den
equator, zoo zal ook de as der ecliptica een even grooten hoek
maken met de wereldas.
Iiengte van dag en nacht.
Uit 't voorgaande vernamen we, dat, daar op den equator alle
parallelcirkels door den horizon worden midden door gedeeld,
dag en nacht er dus steeds even lang moeten zijn, en dat voor de
pool alle parallelcirkels evenwijdig loopen aan haar horizon, en
dus in hun geheel zichtbaar zijn, weshalve 't voor de poolbewo-
ners onafgebroken dag is, zoolang de zon blijft aan dezelfde zijde
des evenaars, als de pool, waaruit voor de Noordpool 186 dagen
zonlicht gevolgd worden door 179 dagen van duisternis.