Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Declinatie-='15° N., zonshoogte voor è = 53° = 38° -4- 15°
= compl. breedte + declinatie.
Declinatie = 23^° N., zonshoogte voor è = 6lM° = 38°^-
23^° == compl. breedte + declinatie.
Declinatie = 15° Z., zonshoogte voor i = 23° = 38° — 15°
= compl. breedte — declinatie.
Declinatie = 23Z., zonshoogte voor b == 14k° = 38' —
23>^° compl. breedte — declinatie.
E. voob een plaats onder de pool.
Fig. 22. NS = aardas, AE
— equator = hori-
zon van M , Z W =
zonsweg, N = top-
punt van n.
üit de liguuriste
zien hoe op 21 ilaart
de zon in den hori-
zon van n verschijnt
om er niet beneden
te dalen voor 23 Sep-
tember, als wanneer
ze tot 21 Haart be-
neden den horizon
blijft. Aan de pool
wordt de zon dus 6
maanden achtereen boven den horizon gezien om vervolgens in
geen 6 maanden er boven te komen, zoodat op een dag van 6
maanden een nacht van 6 maanden volgt. De zon verrijst op
21 Juni (culminatie in D, zonshoogte = AD) 23 boven den
horizon. Voor de pool komt ze nooit hooger er boven, en op
21 Maart en 23 September volbrengt ze haar loop in den hori-
zon, loopt dus in 24 uren den horizon van n in het ronde.