Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
C. voob een plaats ondeb den keeeebing.
Fig. 20. Zij NS = de aard-
as, AE = de equa-
tor, = de zons-
weg, HO— de hori-
zon van d, dat op
231° nB., dus onder
den keerkring ligt,
en D het toppunt
van d. Uit defiguui-
is te zien hoe de
dagbogen aangroeien
met 't toenemen der
N. dechnatie en afne-
men met 't toenemen
der Z. declinatie.
Dè horizon HO deelt don dagboog van 21 Maart en 23 Sep-
tember midden door, dus dan is dag en nacht ook voor d even
lang; de andere cirkels, op alle andere dagen door de zon be-
schreven, worden door den horizon niet midden door gedeeld,
vandaar ongelijke lengte van dag en nacht.
Op 21 Maart staat de zon in den evenaar (in E), dan is de
declinatie = <•; zoo ook oji 23 September. De zonshoogte is,
daar de zon in A culmineert, = AH — DH — AD =90" —
235» = 665°.
Is de N. declinatie = 15° (in M), dan culmineert de zon in
L; zonshoogte = LH = DU — LD = DH — (AD — AL) =
900—235» + 15» = 815°.
Is de N. declinatie = 235° (i'i ^^^^ culmineert de zon in
D, zijnde 't toppunt van d] zonshoo'gte = 90°.
Heeft de zon 15° Z. declinatie (in K) dan culmineert ze in J,