Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Heeft de zon 15° Z. declinatie (in K), dan culmineert ze in
J; zonshoogte = HJ = HB — BJ= HB— 2 AJ (of 2 AB) =
90» — 30° = 60°.
Heeft de zon 235° declinatie (ia F), dan culmineert ze in
Z; zonshoogte — HZ—BH — AZ — AB = 90» — 23 — 15» =
90»—38<» = 51i°.
Dus:
Declinatie = O zonshoogte voor een plaats op 15° N.B. =
75° = compl. der breedte.
Declinatie = 15° N. zonshoogte voor h = 90° dus in top =
75» 15» compl. breedte + declinatie.
Declinatie = 23 >° N. zonshoogte voor h = 811° = 90» —
(23^» — 15») = 90» — zooveel declinatie > breedte is.
Declinatie = 15° Z. zonshoogte voor b — 60° = 75° — 15° c=
compl. breedte — declinatie.
Declinatie = 23^° Z. zonshoogte voor è = 51^° = 75° —
23|» = compl. breedte — declinatie.
Of:
Is de declinatie = O, dan is voor een plaats tusschen eve-
naar en keerkring de zonshoogte = 't compl. der breedte van
de plaats.
Is de N. declinatie = de breedte der plaats, dan staat er de
zon in top.
Is de N. declinatie > dan de N.B., dan is de zonshoogte =
90» — zooveel graden als de declinatie grooter is dan de breedte.
Is de declinatie zuidelijk, dan is de zonshoogte = 't compl.
der breedte — de declinatie.