Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
zoo de cirkel ia zijn geheel doorloopen wordt. Die cirkels blijken
aUe evenwijdig te loepen aan elkander en in 24 uren doorloopen
te worden. Het is, als bevond men zich in 't middelpunt van
een bol, aan welks oppervlakte de hemellichamen staan, en
welke in 24 uren een omwenteling volbrengt van het Oosten
naar het "Westen, en wel zóó, dat de omwentelingsas gaat door
die ster, die onbeweeglijk schijnt te staan, en die met den horizon
een hoek van 52° maakt. Die as, waarom het heelal schijnt te
draaien, noemde men wereldas; het onbeweeglijk punt, waardoor
de as ging, hemelpool, en de ster, die zoo vlak bij dat punt staat,
waardoor de hemelas ging, poolster. Vrij algemeen werd in de
16® eeuw geloofd, dat werkelijk het hemelgewelf zich om de
aarde rondwentelde, en dat de aarde het middelpunt uitmaakte
van het heelal. Evenwel kon dat regelmatig zich verplaatsen
van de hemellichamen ook verklaard zijn geworden door aan te
nemen, dat de aarde een lichaam is, dat zelf van de rechter-
naar de linkerhand draait in, 24 uren en wel om een as, die
steeds gericht is naar de hemelpool, dus een draaiing in tegen-
gestelden zin, als waarin men de sterren zich ziet bewegen. En
ook al is de aarde niet gelegen in 't middelpunt van 't heelal,
toch zuUen de sterren ons punten toeschijnen van een bolvormig
oppervlak, omdat ze zoo verbazend ver van ons verwijderd zijn,
dat ons oog geen verschil in die afstanden schatten kan.
Om een volkomen voldoende verklaring van het verschijnsel
te kunnen geven, is het noodig aan te nemen, dat de as der
aarde gaat door 't oog van den waarnemer. Is dit niet het ge-
val, maar snijdt die as de aarde in punten ver van den waarne-
mer verwijderd, dan zal de Hjn, die zijn oog verbindt met de
poolster, bij de omwenteling der aarde een kegelvormig opper-
vlak beschrijven, waarvan die ster de top is. En is dit het ge-
val, dan zal men haar ook voortdurend van plaats zien verande-
ren, en wel zooveel te meer, naarmate men verder van de as is
verwijderd. Haar de afstanden der sterren zijn zoo verbazend