Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
tot middag meer dan 24" noodig en wel zooveel maal 4' als
't graden westwaarts is gegaan. Om dus denzelfden datum te
hebben bij terugkomst in 't vaderland, als daar op den tijd der
aankomst geschreven wordt, moet de manschap aan boord een ^^
dag overspringen, b.v. op 20 Juni 22 Juni laten volgen. Het staat
ieder vrij deze dubbeltelling of overspringing van een dag te doen
plaats hebben op een willekeurig punt der reis. Evenwel is
't gebruikelijk dat te doen bij de zoogenaamde'datumgrens, die
men langs den 180" graad van Green wich van de Behi-ingstraat
door den Grooten Oceaan getrokken heeft. De plaatsen O. van
die lijn zijn alzoo de plaatsen W. van die lijn een vollen dag in
de tijdrekening vooniit en elk schip, dat die lijn overschrijdt,
verwisselt van datum. Niet aUe naties zijn 't eens geworden
over die lijn. Een uitzondering maakten tot 1844 de Philippi-
nen, die, ofschoon W. van die lijn gelegen, nog den datum
hielden, die O. van de lijn is, waardoor de datumgrens daar een
sterken bocht naar 't Westen maakte.
Plaatsbepaling aan den hemel.
1°. door declinatie en rechte klimming.
Trekt men in zijn verbeelding een vlak, waarin de ster; wier
plaats men bepalen wü, gelegen is, en dat door de nachtseve-
ningpunten gaat, dan noemt men den boog begrepen tusschen
het lentepunt en het voetpunt van den boog, die door de ster
gaande loodrecht op den evenaar staat: de rechte klimming der
ster, en de boog, die uit de ster loodrecht op den evenaar wordt
getrokken bepaalt den afstand der ster van den evenaar of hare
declinatie.
De rechte klimming wordt geteld van 't lentepunt links gaande,
den evenaar in 't rond; de declinatie wordt onderscheiden in
Noorder en Zuider declinatie.