Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
t\'-o V?.
. ^
V,^^ \ V- fe
■ V
Cosmographie is de beschrijving vau den cosmos of hètieelaï
waarbij de aarde wordt beschouwd als lichaam afzonderlijk èïi
in betrekking tot de overige lichamen, die het heelal vormen.
Bij de beschouwing van 't heelal neemt de aarde een vrij groote
plaats in; alle afmetingen toch in het heelal zijn wij genoodzaakt
in hare afmetingen uit te drukken, en alleen van hetgeen wij
op hare opper\'lakte omtrent de verschijnselen en hare oorzaken
leeren kennen, kunnen we opklimmen tot de waarschijidijke
oorzaken van de verschijnselen, die we waarnemen op de opper-
vlakte van andere hemellichamen.
Reeds het antwoord op de vraag of de aarde onveranderlijk
dezelfde plaats inneemt, dan wel of ze zich in de ruimte beweegt,
moet van invloed zijn op de verklaring van de plaatsveranderingen,
der lichamen buiten haar; wetende, dat de aarde draait om een
as en om de zon, kan de waarnemer op aarde uit hetgeen in
't heelal schijnt te gebeuren, opklimmen tot hetgeen werkelijk
voorvalt. Slaat men, als 't donker is, gedurende geruimen tijd
den hemel gade, dan ziet men alle sterren langzamerhand en
gelijkmatig van plaats veranderen. Sommige sterren beschrijven
in dezelfde richting voortgaande cirkels, die geheel boven den
gezichteinder liggen, welke cirkels al kleiner in omvang worden,
naarmate ze dichter staan bij een ster, die ruim 52° boven den
horizon staat en geen deel schijnt te nemen aan de algemeene
beweging. Andere sterren ziet men zich bewegen langs cirkel-
bogen , waarvan een gedeelte beneden den horizon zal liggen,
1