Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
dit te doen bij verscheidene circumpolairsterren bevrijdt men 't
resultaat van toevallige fouten.
2°. Men kan de geografische breedte eener plaats ook bepa-
len door het meten van de hoogte der zon op den middag, als
ze dus door den meridiaan gaat of culmineert. Maar deze zons-
hoogte is verschülend voor eiken dag des jaars. Op 21 Maart
en 23 September staat de zon in den equator des hemel, dus 90°
van de pool. Op die dagen is de zonshoogte voor eene plaats =
't complement der geografische breedte van die plaats.
Fig. 12.
Zij A de plaats op
aarde, -waarvoor de
zonshoogte moet ge-
zocht -worden, HO
de horizon van A, MS
de vertikaal, dan is
EA = de geogra-
fische breedte van A
t_ c telt evenveel gra-
den als ^ £^nuis
/_ a = de zonshoog-
te, c = de breedte.
/_cenZ_a
= complement van L b dus a = complement van c af
zonshoogte = complement van de breedte.
Yan 21 Maart tot 21 Juni komt de zon de pool nader, krijgt
noorderdeclinatie; op 21 Juni staat ze 23^° van den evenaar af;
dan beweegt ze zich -weer naar den evenaar toe, waarin ze an-
dermaal staat den 23 September om nu naar de zuidpoool af te
wijken of zuiderdeclinatie te krijgen tot 21 December, als wan-
neer ze 23 J° zuidelijke van den evenaar staat, om vervolgens tot
21 Maart zich weer naar den evenaar toe te bewegen. De de-