Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
en L URF worden gemeten, dan kan uit die gegevens FU
gevonden worden, maar uit A VW^F is gevonden de lengte
van FW, dus is nu ook bekend UW dat — FU — FW is, en
L UWP= L VWF, L FUP wordt bepaald door meting, dan
is in A UWP weer bekend zijde UW met aanliggende hoeken
en kan uit die gegevens worden gevonden WP, het volgende
deel des meridiaans.
Dit geve een denkbeeld van de wijze, waarop SneUius graad-
metingen verrichtte. Yele graadmetingen zijn nog verricht ge-
worden, sedert Snellius zijn methode had bekend gemaakt. Be-
halve de straks genoemde graadmetingen in Peru van Bouguer
en Condamine en die in Lapland van Clairaut en Maupertuis,
is wel een der gewichtigste die van Mechain en Delambre van
1791—98 tusschen Duinkerken en Barcelona, ondernomen met
het doel om een uit de natuur genomen grondslag te vinden
voor een nieuw matenstelsel, waartoe de Fransche academie in
1790 op voorstel van TaUeyrand besloot. Dat deel werd door
Mechain en Delambre gemeten en uit de lengte van dat deel
des meridiaans berekenden ze voor 't meridiaankwadrant een
lengte van 5130740 toises. Nu werd het lOmiUioenste deel daar-
van of 443,296 lijnen (de toise heeft bij 16° C, een lengte van
864 lijnen) als wettige maateenheid voor Frankrijk vastgesteld
1799) en meter genoemd. Een platinastaaf van 443,296 lijnen
bij 't vriespunt werd als prototype der lengtemaat bewaard. Hoe-
wel latere metingen aantoonden, dat de lengte van een meri-
diaangraad niet was als de gevondene, en dus de Meter niet meer
het 40 mUlioenste deel was van den omtrek der aarde, zoo blijft
men den toen vervaardigden standaardmeter als eenheid van lengte-
maat beschouwen. Het stelsel van maten en gewichten op den
meter als grondslag berustende, het metriek stelsel. Bijna aUe
staten van Europa hebben dat stelsel ingevoerd.
Andere bekende graadmetingen zijn die van Liesegang (1768),
van Mason ea Dison (1768), van Bessel (1824), Gauss (1824) en