Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
aarde aan den evenaar afgeplat moest zijn. Om uit te maken,
wie gelijk had, zond de Fransche academie Bouguer en Condamine
in 1735 naar Quito om een graadmeting te volvoeren aan den
evenaar en Maupertuis en Clairaut in 1736 naar Lapland om er
een te volvoeren onder den poolcirkel, want is de aarde afge-
plat aan de pool, dan moet de lengte van een graadboog op den
meridiaan naar de pool toenemen; in geval van afplatting onder
den evenaar moet de lengte van een graadboog op den meridiaan
naar de pool toe afnemen. Er werd gevonden: de lengte van een
meridiaangraad in Lapland 57437 toises (later door Svanberg tot
57196 verbeterd) en in Peru voor de lengte van een meridiaan-
graad 56753 toises (later door Delambre tot 56731 verbeterd).
Alzoo bleek een graad van den meridiaan onder den evenaar
684 toises korter dan aan de pool, en daardoor was ook over-
tuigend de afplatting aan de pool aangetoond.
En door 't korter worden van den secondeslinger en door
't korter worden in lengte van een meridiaangraad naar den
evenaar toe, was overtuigend de afplatting der aarde aangetoond
en bewezen, dat ze geen bol is. Op de hoegrootheid der afplat-
ting komen we later terug.
Om tot de kennis te geraken van de afmetingen der aarde,
is het noodig te weten de lengte van een graad op den meri-
diaan. Kent men 't verschU in breedte van 2 plaatsen, die op
denzelfden meridiaan liggen, en weet men hoe ver ze van el-
kaar liggen, dan kan men gemakkelijk den omtrek der aarde
in een meridiaanvlak berekenen. De bewerking om de lengte
te vinden van een of meer graden op den meridiaan heet graad-
meting en bestaat uit een astronomisch gedeelte: de nauwkeurige
bepaling der geografische breedte van 2 plaatsen, de eindpunten
van den te meten meridiaansboog, en uit een geodesisch gedeelte:
de afstandsbepaling der beide eindpunten. Hoe grooter boog
men meet, hoe nauwkeuiiger resultaten men verkrijgt, maar hoe
meer moeielijkheden en hinderpalen aan de meting verbonden
3