Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
ners, zoo deze er zijn, ook wel worden genoemd Rondomscha-
duugevenden.
C. Voor eene plaats tusschen equator en pool.
Fig. 10.
NS is de hemelas,
AE de evenaar, ZW
de zonsweg, HO de
horizon van 6, B 't top-
punt van b. De as des
hemels staat schuin op
den horizon. De ster-
ren, die minder ver van
de pool staan, dan deze
boven den horizon staat,
zijn circumpolairster-
ren; de gansche cirkel-
baan, die de sterren be-
schrijven, ligt boven den
horizon van b. Zulke
sterren gaan dus niet op of onder, maar blijven voortdiu-end
zichtbaar (zie p en q). Het aantal van die sterren zal toenemen,
naarmate de plaats op aarde dichter bij de pool ligt. De sterren,
die niet ver van de onzichtbare pool staan, zuUen steeds onzicht-
baar zijn en nimmer boven den horizon verrijzen. Weer een
ander deel der sterren zal dan eens zich boven, dan eens bene-
den den horizon zich bevinden (zie de ten deele gestippelde lij-
nen in de figuui'. Het deel der lijn, dat doorgetrokken is, ligt
boven den horizon, het gestippelde gedeelte beneden den horizon).
Die sten-en zullen dus voor den waarnemer op- en ondergaan.
Daar de hemëlas een scherpen hoek maakt met den horizon, zul-
len aUe zichtbare sterren, die op- en ondergaan, in een scheeve
richting boven den horizon opkomen en daar beneden dalen,
terwijl de loopbanen van alle zichtbare sterren een schuinen