Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Alle sterren, die in den equator liggen, gaan eens in de 24 uren
door 't toppunt A, komen onder rechte hoeken op en gaan onder
rechte hoeken onder. Daar de dagelij ksche banen der sterren
evenwijdig loopen met den equator, zoo gaan aUe sterren voor
een plaats onder den equator rechthoekig op en rechthoekig^
onder, terwijl van de bogen, die ze beschrijven, de eene helft
boven den horizon ligt (zie de getrokken lijnen links van NS)
en de andere helft beneden den horizon (zie de gestippelde lij-
nen rechts van NS), zoodat de hemellichamen gedurende 12
uren op en even lang onder zullen zijn. Daai- de middelpunten
der banen van alle sterren in de hemelas NS liggen, gaan voor
een bewoner onder den evenaar aUe sterren eenmaal in de 24"
op en onder, behalve die, welke zich in de punten N en S be-
vinden en steeds in den horizon zichtbaar zijn.
De stand des hemels en de dagelijksche beweging der sterren
doet zich op de beschreven wijze voor op alle plaatsen, die
onder den equator zijn gelegen; men noemt dien hemelstand de
Rechte sfeer.
De zonsweg ZW maakt met den equator AE een hoek van
23J°. Op 21 Maart bevindt de zon zich in den equator bij E
en verwijdert zich allengs daarvan naar 't Noorden toe tot 21
Juni, als wanneer ze zich bevindt in JJ', op haar versten afstand
van den equator. Dan beweegt ze zich weer naar den evenaar
toe tot 23 September, wanneer ze zich weer in den evenaar be-
vindt; dan verwijdert ze zich weer van den evenaar, maar nu
naar 't Zuiden toe, tot 21 December, als wanneer ze zich bevindt
in F, haar versten afstand van den evenaar naar 't Zuiden toe.
Gedurende het geheele zomerhalfjaar bevindt de zon zich dus ten
Noorden van den evenaar en liggen haar culminatiepunten tus-
schen A en Z), dus steeds noordelijk van A, of in 't noordelijk
deel van den meridiaan van o. Gedurende het winterhalfjaar
bevindt de zon zich ten zuiden van den evenaar, liggen haar
culminatiepunten tusschen A en Z, dus in 't zuidelijk deel des