Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
De poolshoogte eener plaats = hare geografische breedte.
1® Bewijs.
af
L AxN= LBxR = W.
L ZxN= L ZxN .
L AxZ= LN xR, — AZ = NR,maax
^ AZ = in aantal graden aan a 5 of de breedte van B sa. ^
NR = de poolshoogte van B of de -afstand van de pool van
den horizon van B, dus de poolshoogte van J? — de geografische
breedte van B.
2® Bewijs. Een waarnemer onder den evenaar ziet de pool in
zijn horizon; een aan de pool ziet haar in 't toppimt. Gaat men van
den evenaar 1° naar 't Noorden, dan zal ook de poolster of hemel-
pool 1° boven den horizon uitkomen. Toor eiken graad, dien men
verder naar het Noorden gaat, zal de poolster één graad boven den
horizon rijzen; begeeft men zich 20° naar 't Noorden dan zal de
poolster ook 20° boven den horizon staan der plaats, die 20° N. B.
heeft Begeeft men zich 90° naar 't Noorden, dus naar de noord-
Fig- 7.