Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Schemering. Men maakt onderscheid tusschen astronomische en
burgerlijke schemering. Men noemt schemering de langzame toe-
neming van 't licht vóór de opkomst of de langzame vermindering
van 't licht na den ondergang der zon (morgen- en avondschemering.)
Men rekent de morgenschemering aan te vangen als de kleinste
sterren beginnen onzichtbaar te worden; zij duurt voort tot den
opgang der zon. De avondschemering vangt aan bij zonsonder-
gang en duurt tot de kleinste sten-en begimien zichtbaar te
worden. Dit heet de astronomische schemering. Burgerlijke
schemering noemt men den tijd tusschen den op- of ondergang der
zon en 't tijdstip, dat men licht moet ontsteken om te kunnen
lezen, wat men rekent te moeten plaats hebben als de zon 6°
beneden den horizon is, terwijl de astronomische schemering
dum-t tot de zon ongeveer 18° beneden den horizon is.
Ecliptica of zomueg is de schijnbare weg, dien de zon om
de aarde beschrijft bij den omloop der aarde om de zon. Ze
maakt met de baan der aarde een hoek van 23° 30' ongeveer.
Fig. 6.