Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Op 21 Juni wijken op- en ondergangspunten 't meest van
't oost- en westpunt af naar 'tNoorden toe, en wel voor beide
punten evenver. Op 21 December wijken ze 't meest van 't oost-
en westpunt af naar 't Zuiden toe. Die afwijking van 't op- en
ondergangspimt van 't oost- en westpunt heet amplitude. Op
21 Maart en 23 September is de amplitude = O, op 21 Juni
't grootst naar 't Noorden, op 21 December 't grootst naar 't
Zuiden, voor- onze breedte ongeveer 41°.
Dag- en nachtboog. Eiken dag beschrijft de zon een cirkel
aan den hemel; de cirkelboog, die boven den horizon ligt, noemt
men dagboog; dat gedeelte van den cirkel, 't welk beneden den
horizon ligt, nachtboog. Op 21 Maart en 23 September zijn de
dag- en nachtboog beide 180° en dus dag en nacht even lang;
dan neemt de lengte van den dagboog van 21 Maart tot 21 Juni
toe, als wanneer hij 't grootst is; van 21 Juni tot 21 December
neemt hij gestaag af, als wanneer hij 't kleinst is, om van 21
December tot 21 Juni weer toe te nemen.
Amplilude. — Dagboog. Aruplilude. — Dagboog. Amplilude. — Dagboog.
21 Juüi 39°20'ben.'10.-245° 40'20'ben.'l0.-217°40- 41=30'beii.'i0. - 25^8'
21 Dec. 39° bez.'lO. —115° H° bez.'tO. —H2'20' 43° bez.'l 0. —109° 32'
voor 51° .N.B. voor 52° N'.B. voor 33° \.B.
De dagbogen verheffen zich voor onze breedte niet loodrecht
maar schuins boven den horizon. De meridiaan deelt den dagboog
juist middendoor, dus vóór en na den middag schijnt de zon
evenlang. Het snijpunt van meridiaan en dagboog ligt op 21
Maart en 23 September 90° van 't Oost- en Westpunt, of op- en
ondergangspunt, op 21 Juni voor Amsterdam 124° van 't op- en
ondergangspunt en op 21 Dec. op 50' daai- van daan.
Circmnpolairsterren. Al naar de plaats, waar men zich op
aarde bevindt, ziet men alle sterren op- en ondergaan (onder den
equator) of men ziet de helft der sterren steeds boven den hori-
zon, terwijl de andere helft steeds onzichtbaar blijft (onder de