Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
verplaatsing van de loopbaan der maan heeft ook tengevolge een pe-
riodieke verandering in den stand der aardas, (zie boven: nutatie).
Tijdrekening.
De aarde wentelt zich met gelijkmatige snelheid om haar as;
ze besteedt voor elke aswenteling juist denzelfden tijd. De tijd,
die verloopt tusschen twee opeenvolgende doorgangen der zelfde
ster door den meridiaan eener plaats noemt men sterredag. In
dien tijd heeft de aarde juist een geheele aswenteling volbracht.
Het 24®'« deel van een sterredag noemt men sterre-uur.
De verdeeling van den tijd in sterredagen en sterre-uren is,
hoe eenvoudig ook, in 't dagelijksch leven niet bruikbaar. Alle
dagelijksche bezigheden van de menschen hangen geheel af van
den op- en ondergang der zon. Het oogenblik, waarop de zon
haar hoogsten stand bereikt, moet dus het middelpunt der tijds-
verdeeling uitmaken. Bij een verdeeUng in sterre-uren zou dit
niet het geval zijn, daar de middag volgens de naar sterretijd
geregelde uurwerken, niet altijd zal samenvallen met het midden
van den dagboog der zon.
De tijd, die verloopt tusschen twee opeenvolgende doorgangen
van de zon door den meridiaan eener plaats, wordt genoemd
zonnedag. Het oogenblik, waarop 't middelpimt der zon door den
meridiaan gaat, is het nulpimt van teUing voor den zonnetijd;
dat oogenblik heet men den loaren middag.
Een zonnedag is langer dan een sterredag, omdat in den tijd,
dat de aarde om haar as wentelt, ze inmiddels ook voortschrijdt
op haar baan, en een boog van 59' van haar loopbaan naar 't
Oosten heeft afgelegd; dientengevolge culmineert de zon eiken
volgenden dag 3'56",5 later; een zonnedag is dus 3'56",5 langer
dan een sterredag. Daar de snelheid, waarmee de aarde haar
baan doorloopt, niet gehjkmatig is, maar ze ten tijde van 't perihe-
lium zich sneUer voortspoedt op haar baan dan ten tijde van