Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
weg. In dat tijdsverloop heeft dus het lentepunt een geheelen
cirltel doorloopen. Deze verplaatsing van 't lentepunt wordt ge-
noemd de praecessie der nachteveningen. Dit beteekent eigenlijk
»vooruitgang" der nachteveningen, hoewel 't punt zich in wer-
kelijkheid achteruit beweegt op den dierenriem. Vroeger toch
lag 't lentepunt in 't sterrenbeeld »de Eam", terwijl 't thans is
gelegen in 't steiTenbeeld »de Visschen".
Ook de Hjn der apsiden is ondérworpen aan een jaarlijk-
sche beweging, die 11",3 bedraagt, in tegengestelde richting der
praecessie, zoodat 't perihelium jaarlijks 50",221 + 11",3 r= 66",521
't lentepunt nader komt. Het perihelium ligt nu 79° 21' van
79° 21'
't lentepmt af, zoodat over ^pr^ = ruim 4643 jaar, dat is
dj. ^o»j.
dus omtrent het jaar 4643 + 1886 — 6529, de naaste zonnestand
zal samenvallen met den aanvang der lente. (Nu staat de aarde
in haar perihelium op 1 Jan^., dan op 21 Mrt. Nog circa 5300
jaar later, dus over 5300 + 4600 = circa 10000 jaren zal 't pe-
rüielium vallen in onzen zomer, en znUen we dus een zomer
hebben, die bijna 8 dg. korter is dan onze winter. De langere
•zomers zullen dan ten deel vaUen aan de bewoners van 't zuidelijk
halfrond.
De as der aarde is ook aan zekere verandering onderwor-
pen. Ze beschrijft in 18 jaar en 7 mnd. een kleinen kegel;
deze beweging van de as noemt men haar nutatie.
Het vlak, waarin de maan haar loop om de aarde volbrengt,
maakt met de ecliptica een hoek van 5°8'. De zon en de
aarde trachten door haar aantrekking 't middelpunt der maan te
brengen in 'tvlak der ecliptica, maar de snelheid, waarmee de
maan zich om de aarde beweegt, belet haar haar omloop in 't
vlak der ecliptica te volbrengen. Het gevolg van de aantrekking
van de zon en de aarde is toch, dat de üjn der knoopen een
draaiende beweging krijgt, waardoor ze in 18 jr. en 7 mnd. naar
alle punten van den sclüjnbaren zonsweg wordt gericht. Deze