Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
enge grenzen besloten blijven, öf, in denzelfden zLn voortschrij-
dende, in zeer lange tijdi'uimten tot stand komen. Zulk een
seculaire verandering of storing, die een gevolg is van den bouw
van 't gansche planetenstelsel, ondergaat de excentriciteit der
aardbaan, die nu = 0,01677 of circa ^V is, welke waarde bin-
nen lange tijdperken (de periode is ongeveer 100000 jaren lang)
toe- en dan weer afneemt, zonder zekere vrij enge grenzen te
overschrijden.
Volgens Laplace en Leverrier bedraagt haar maximum 0,075.
Nu neemt van lieverlede de excentriciteit der aardbaan af; dit
afnemen zal nog ruim 24000 jaar aanhouden; omtrent het jaar
26000 zal ze haar minimum van 0,003 bereiken. De aardbaan
nadert dus al meer en meer den cirkelvorm.
Ook de schuinschheid der ecliptica is aan verandering onder-
hevig; nu neemt ze jaarlijks 0",47 af, en zal bhjven afnemen,
tot ze haar kleinste waarde heeft bereikt, die 21°59' is. Dan
zal ze weer gedurende ruim 20000 jaar toenemen, om na ver-
loop van dien tijd haar grootste waarde te bereiken, die 24° 36'
is. Thans bedraagt hare waarde 23° 27' 23". 't Zal dus circa
nog 11000 jaar aanloopen, eer ze haar kleinste waarde heeft
bereikt. Van nu aan gerekend zuUen er dus 11000 20000 = 31000
jaar ruim moeten verloopen, eer haar waarde 't grootst is.
Door den invloed der aantrekkingskracht van zon en maan, onder-
gaat ook de hjn, volgens welke de equator der aarde het vlak
van haar loopbaan snijdt, een verandering in ligging. Die üjn
beweegt zich in een richting, tegengesteld aan die, waarin de
zon zich schijnt te bewegen in haar loopbaan, waardoor het
lentepunt jaarüjks 50",221 wordt verplaatst naar de zon toe;
't lentepunt komt dus elk jaar de zon ruim 50" te gemoet. Ter-
wijl de as der aa^de ten opzichte der ecüptica onveranderüjk
haar schuinschen stand behoudt, richt zich die üjn in den loop
360"
van ^ = circa 25800 jaar naar alle punten van den zons-
OO