Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
't scliijnt 't puat, waarin het licht schijnt opgehoopt te zijn, en
(lat ongeveer 't midden van het hulsel inneemt. Zij bevatten
een uiterst geringe massa, zelfs de kern, waar dan toch de
meeste stof schijnt opgehoopt te zijn, is zoo ijl, dat 't licht van
kleine sterren, die door de komeet bedekt worden, er onverzwakt
doorheen schemert. De staart ligt meestal naar de van de zon
afgewende zijde des hemels, met den boUen kant gericht naar
de hemelstreek, waarheen ze zich beweegt. Bij nadering tot de
zon schijnt de staart toe-, bij verwijdering van de zon, af te ne-
men. De banen, waarin de kometen zich om de zon bewegen,
zijn zeer uitmiddelpuntige elhpsen, zoo 't geen hyperbolen of
parabolen zijn en ze zich dus hoe langer hoe verder van de zon
verwijderen.
Behalve door haar zonderlinge gedaante, wekken de kometen
ook de verbazing op door haar onverwachte verschijning; terwijl
men toch met volkomen zekerheid de plaats eener planeet aan
den hemel vooruit bepalen kan, verschijnt een komeet meestal
eensklaps om even snel te verdwijnen, als ze verschenen is.
Haar onverwacht verscKijnen is daaraan toe te schrijven, dat de
meeste zich bewegen in banen, wier grootte en gedaante niet
met zekerheid kunnen worden afgeleid uit 't kleine gedeelte, dat
doorloopen wordt, zoolang ze zichtbaar zijn. En al is haar baan
vrij nauwkeurig bepaald en haar omloopstijd berekend, dan kan
't toch licht gebeuren, dat de komeet op den voorspelden tijd niet
terug zal komen, daar 't Ucht gebeuren kan, dat ze op haar langen,
voor ons onbekenden tocht, in de nabijheid komt van eenig hemel-
lichaam , en daardoor in haar loop een groote stoornis ondervindt.
De meest en best bekende zijn de volgende:
De komeet van HaUey, omloopstijd 76 jaar; verscheen in
1531—1607—1682—1759 en 1835, ze zal vermoedelijk
weer verschijnen in 1911.
De komeet van Encke, omloopstijd 1200 dagen, in 1818 door
Pons ontdekt.
4