Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
8 manen of satellieten heeft. Yele der dagen worden op Sa-
turnus in nachten veranderd, wegens de verduisteringen, door
de ringen te weeg gebracht.
Uranus.
De gemiddelde afstand van de zon bedraagt 381 millioen G. M.;
de omloopstijd bedraagt 84 jaar; de middellijn dezer planeet is
4,5maal die der aarde; 't S. G. der stof van deze planeet is iets
meer dan dat van water; de inhoud er van is 87maal dien der
aarde. De aswenteling geschiedt in 12 uur. Men ziet op Uranus
de zon 360maal zoo gering als men haar op aarde ziet. Acht
manen vergezellen deze planeet op haar tocht om de zon.
Neptunus.
De gemiddelde afstand van de zon bedraagt 621 millioen G. M..
de omloopstijd bedraagt bijna 165 jaar. De middellijn dezer pla-
neet is 7800 G. M.; 't S. G. der stof van deze planeet is ruim
zoo groot als dat van water. De kracht van 't zonlicht is er
1300 maal zoo gering als voor ons. Even als onze aarde heeft
Neptunus maar één wachter of maan.
Kometen.
Yan de planeten onderscheiden ze zich voor den oppervlak-
Hgen beschouwer door de bijzondere gedaante, die haar den
naam deed geven van kometen of staartsterren. Men onderscheidt
bij de kometen 3 deelen: kern, nevelhulsel, staart. Het nevel-
hulsel schijnt het eigenlijke deel der kometen uit te maken,
want zonder dat heeft men nog geen komeet gezien; wel echter
zonder kern of staart. Daarentegen heeft men er ook waarge-
nomen met een aanzienlijk uitgebreiden staart, ja zelfs met meer
dan één staart. De kern is gewoonlijk klein, en heeft in ver-
gelijking met den haar omringenden nevel een helder licht;