Boekgegevens
Titel: Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Auteur: Berman, A.
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, 1891
2e uitg; Heruitgave van de eerste uitgaaf Haarlem, W.H.J. van Nooten, 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1653
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202571
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Handboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der wiskundige aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
Fig. 1.
de lichttoren = 81,6 M., en E C=de hoogte des waarnemers —
4 M. CC' = C'L> -h DC=y (C MK — MD^ + y {MC\ —
MD^). CM = MF + FC' = R + h of aardstraal + lichttoren.
CM=zME + EC—R+ h' of aard-
straal-h hoogte v. d. waarnemer. CC'—
K (C M^ — MD^) -+- (/ (MC« — MD^)
— 1/ (2 + + K (2 Rh' + h'^).
Nemen we K = 858 g. m. h — 81,6
M. en h' = A M., dan volgt lüt deze
berekening CC' = 5,3 g. m.
Boven is gezegd, dat, indien de ge-
zichteinder de grens was van 't gezichts-
vermogen men bij hooger stijgen, minder
van de aarde zou te zien krijgen, terwijl
in de werkelijkheid 't omgekeerde 't ge-
val is. De volgende figuren mogen dit verduidelijken.
Fi<!. 2.
Fig. 3.
Standpl. A gezichtsveld ÜDC
A' » EDF.
AB=AE.